De ramp van de Prins der Nederlanden

Op 16 januari 1929 berichten de kranten dat bij Hoek van Holland de stoomreddingsboot Prins der Nederlanden bij een reddingsactie is omgeslagen en dat gevreesd wordt voor het leven van de achtkoppige bemanning. Hierboven het bericht in de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant.

In de dagen erna wordt de ramp in volle omvang zichtbaar. De kranten wijden hele pagina’s aan verslagen van wat er van uur tot uur zich heeft afgespeeld. Hierboven een pagina uit De standaard van 17 januari. Meteen komen ook hulpacties voor de nabestaanden op gang. In Het Vaderland van 17 januari wordt omstandig uit de doeken gedaan hoe groot de nood is als reddingswerkers het leven laten en worden de eerste donateurs vermeld.

Al snel wordt duidelijk dat er geen overlevenden zijn en verschijnen de eerste foto’s. Hieronder De Volkskrant van 18 januari met een foto van de reddingsboot en twee verongelukten, Van de Klooster en De Groot.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant brengt op 18 januari een uitvoerig artikel over de gebeurtenissen, met interviews met betrokkenen. De giften blijven binnenstromen.

Dan spoelen lichamen aan en ook de boot zelf, die op zijn kop op het strand bij Rockanje ligt, met nog twee bemanningsleden erin. Het Overijsselsch dagblad van 18 januari heeft een foto.

Dit is voor de vierde dag op rij dat de kranten berichten over de ramp. Hieronder Het huisgezin van 19 januari.

Dan worden de slachtoffers begraven en ook daarvan wordt weer in alle kranten verslag gedaan. Hieronder Het huisgezin van 23 en 24 januari.

Eind februari 1929 verschijnt een gedenkboek, Helden der Zee, hier als pdf te lezen, dat gewijd is aan een in 1925 opgericht fonds voor pensioenen voor reddingswerkers. Het fonds draagt de naam van Dorus Rijkers, een beroemde reddingswerker. Als u hem ziet, zegt u: o die! Aan het pensioenfonds wordt nu een pensioenfonds voor nabestaanden toegevoegd. Het boek bevat prachtige verhalen over al die ruwe zeebonken, ronkende gedichten en een flinke hoeveelheid foto’s. Geen middel wordt gespaard om op de emoties van de lezer in te werken, aan het einde staat er zelfs een klein toneeldrama in. En oproepen van alle hotemetoten om de spaarvarkens stuk te slaan en toch vooral flink te blijven doneren. Dat ook het bedrijfsleven zich niet onbetuigd liet, bewijzen de vele advertenties achterin die een prachtig tijdsbeeld geven.

Aan het einde van het jaar wordt teruggeblikt en wordt de ramp opnieuw overal vermeld. Wat bewijst dat de impact van deze gebeurtenis op de samenleving groot is geweest. Hier De Maasbode van 31 december:

Al vrij snel werd besloten dat in Hoek van Holland een monument moest komen. Op 30 oktober 1929 publiceerden de kranten dat opdracht was gegeven om een standbeeld te maken en dat het beeld klaar was. De Haagsche courant moest wel de volgende dag meteen een rectificatie plaatsen: de beeldhouwster was niet mevrouw de Ridder te Maastricht, maar Elize de Ridder-Van Mastrigt. Uit Den Haag.

De Haagsche courant was niet de enige die haar naam verkeerd had verstaan. Hier de Leeuwarder courant van 2 november:

Precies twee jaar na de ramp met de Prins der Nederlanden werd het monument in Hoek van Holland onthuld. Hieronder een foto van 17 januari 1931 in de Haagsche courant. Een jaar daarna was er al een ansichtkaart van het monument in de handel.

Op de sokkel staan niet alleen de namen van de verongelukte reddingswerkers uit 1929, ook enkele mannen uit 1921 en een reddingswerker uit 1952.

In 2019 is herdacht dat de ramp 90 jaar geleden plaatshad. Hier een verslag uit het Algemeen dagblad van 16 januari 2019.

In 1934 werd in Den Helder een Monument voor het reddingwezen opgericht.