
Reyns houdt middels een ingezonden brief in de krant een vurig pleidooi om kinderen niet uit gewoonte op viool- of pianoles te doen, maar ook eens te denken aan cello of altviool. En ook bepleit hij kinderen jong op les te doen, en niet pas als ze op de middelbare school zitten. Hij legt overtuigend uit waarom.
muziekschool
22 juli 1926 – Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant

Aan de muziekschool in de Haverstraat is nu een extra pianodocent verbonden, A. van de Ven, en een cellodocent, E. Weissenborn. Het gaat hier om Erich Ernst Weissenborn, kleinzoon van de Duits-Nederlandse componist Ernst Wettig-Weissenborn.
24 maart 1927 – Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant
28 augustus 1928 – Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant

Muziekschool Frans Swidde heeft intussen ook niet stilgezeten. Je kunt bij hem terecht voor viool, piano en ensemblespel en voor de vakopleiding. Swidde is aangesloten bij het Nederlands Muziekpedagogisch Verbond, dat is voortgekomen uit de Vereniging voor muziekonderwijzers en -onderwijzeressen. Leo Samama en Hylke van Lingen hebben in ‘Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw: voorspel tot een nieuwe dag‘ de pogingen tot organisatievormen van de toonkunstwereld beschreven (blz. 106, 107, 108).
Hier nog een advertentie van 31 augustus:
23 april 1929 – Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant

De muziekschool bestaat 10 jaar. Het wordt gevierd in zaal Irene. Er is een dameskoor samengesteld, het ballet La boîte à Joujoux van Debussy/Hellé (uit 1913) wordt opgevoerd en het is een prachtige avond. Reyns krijgt een koperen kroonluchter (elektrisch) en mevrouw Reyns witte anjers. De leerlingen voeren ook nog een toneelstukje op.
Over het geheel een zeer goed geslaagde uitvoering, waarin de heer Reijns duidelijk zijn kunnen en zijn ambitie voor zijn werk heeft gedemonstreerd.



